1. Inleiding
Naast pensioenfondsen en verzekeraars wordt een nieuwe pensioenuitvoerder geïntroduceerd: de premiepensioeninstelling ("PPI"). De PPI is een instelling voor bedrijfspensioenvoorziening in de zin van de Europese IORP-Richtlijn (zoals hieronder gedefinieerd). Voor diverse marktpartijen in de financiële dienstverlening en in het bijzonder voor diegenen die expertise hebben op het gebied van omvangrijke (beleggings)administraties en zich bezighouden met verzekerings- en beleggingsproducten, zoals verzekeraars en aanbieders van beleggingsinstellingen, biedt de PPI nieuwe kansen. De PPI is bedoeld voor de uitvoering van (grensoverschrijdende) beschikbare premieregelingen, ofwel 'defined contribution' pensioenregelingen ("DC-regelingen"). DC-regelingen komen zowel in Nederland als in Europees verband steeds vaker voor. De nieuwe wetgeving met betrekking tot de PPI zal op 1 januari 2011 in werking treden.
Wij zijn er klaar voor!
Door onze ervaring met het adviseren van cliënten in de investment management sector en in het bijzonder met het opzetten van beleggingsstructuren voor pensioenfondsen, verzekeraars en beleggingsinstellingen is de Investment Management Group uitstekend gepositioneerd om te adviseren over het opzetten van een PPI. Wij bieden 'one stop' dienstverlening die onder andere bestaat uit:
(i) advies over de verschillende mogelijkheden voor het structureren van een PPI en het verrichten van alle notariële werkzaamheden;
(ii) advies over de governance van een PPI;
(iii) advies over de bedrijfsvoering van een PPI (bijvoorbeeld contracten met andere partijen die betrokken zijn bij de uitvoering van de DC-regeling(en) en bij het beleggen van het pensioenvermogen);
(iv) het opstellen van alle benodigde documenten voor de vergunningaanvraag; en
(v) advies over de fiscale aspecten van de PPI.
2. De achtergrond van de introductie van de PPI
De introductie van de PPI is de eerste fase van de gefaseerde aanpak voor de introductie van de Algemene Pensioeninstelling ("API"). Door gebruik te maken van de mogelijkheden die de Richtlijn betreffende de werkzaamheden van en het toezicht op instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening (naar de Engelse afkorting: de "IORP-richtlijn")[1] biedt, kan Nederland met haar jarenlange en ruime ervaring op het gebied van pensioenen effectiever concurreren met andere lidstaten. Het doel is om Nederland te positioneren als ideaal vestigingsland voor instellingen die zich bezighouden met grensoverschrijdende uitvoering van pensioenregelingen onder de IORP-richtlijn.
(i) De eerste fase is de introductie van de PPI.
(ii) De tweede fase was de introductie van de zogenoemde "multi-opf". De wetgeving met betrekking tot de multi-opf is op 11 juni 2010 in werking getreden. De multi-opf biedt twee of meer ondernemingspensioenfondsen (elk verbonden aan een specifieke onderneming of groep van ondernemingen) de mogelijkheid om samen te gaan waardoor kostenbesparingen en schaalvoordelen zijn te behalen. In feite staat de introductie van de multi-opf los van de ontwikkeling die is begonnen met de introductie van de PPI en die zal worden afgerond met de derde fase. De multi-opf is echter een welkome ontwikkeling voor een grote groep (kleinere) pensioenfondsen, onder andere omdat het voor deze groep steeds lastiger wordt om met de toenemende hoeveelheid governance- en toezichtregelgeving om te gaan.
(iii) De derde fase zal de introductie van de API zijn. In tegenstelling tot de PPI, zoals hieronder zal worden beschreven, zal de API ook grensoverschrijdende 'defined benefit' pensioenregelingen kunnen uitvoeren.
3. De kenmerken van de PPI
De PPI kan meerdere (grensoverschrijdende) DC-regelingen uitvoeren
De PPI mag alleen DC-regelingen uitvoeren waarin de premiebetaling door de bijdragende onderneming is vastgesteld, maar de hoogte van het uiteindelijke ouderdomspensioen niet. Het is de PPI toegestaan om DC-regelingen voor meerdere bijdragende ondernemingen uit te voeren (er is geen domeinafbakening). De PPI mag ook de vermogens van de verschillende pensioenregelingen scheiden, wat ook wel ringfencing wordt genoemd.
De PPI mag geen risico's dragen
In tegenstelling tot pensioenfondsen en verzekeraars, mag de PPI geen risico's dragen in verband met overlijden, arbeidsongeschiktheid en levensverwachting (zogenoemde biometrische risico's). Daarnaast mag de PPI geen rendementen op de beleggingen van de premies garanderen en mag de PPI ook geen garanties afgeven ten aanzien van de hoogte van het ouderdomspensioen.
De PPI is alleen betrokken in de opbouwfase van Nederlandse pensioenregelingen
Voor zover het Nederlandse pensioenregelingen betreft, kan de PPI zich alleen toeleggen op de opbouwfase van het pensioen, omdat een Nederlandse pensioenregeling moet bestaan uit een levenslange uitkering aan de pensioengerechtigde. De PPI kan niet voorzien in een levenslange uitkering, omdat dit een langlevenrisico (biometrisch risico) met zich meebrengt dat de PPI niet mag dragen. Tijdens de opbouwfase van het pensioen, ontvangt de PPI de premies van de bijdragende onderneming en belegt deze in overeenstemming met de prudent-person regel. Daarnaast verzorgt de PPI de administratie en de communicatie met de pensioendeelnemers. Op het moment dat een pensioendeelnemer met pensioen gaat (en pensioengerechtigde wordt), moet de PPI het voor de pensioendeelnemer opgebouwde pensioenvermogen overdragen aan een pensioenuitvoerder die wél risico's kan dragen (zoals een levensverzekeraar). De verzekeraar verzorgt dan de uitkeringsfase van het pensioen. Indien de PPI buitenlandse pensioenregelingen uitvoert waaronder het ouderdomspensioen op grond van de daarop toepasselijke sociale – en arbeidswetgeving wel ineens of in enkele periodieke betalingen kan worden uitgekeerd, kan de PPI wel de uitkeringsfase verzorgen.
Nederlandse DC-regelingen bevatten vaak elementen van arbeidsongeschiktheids- en nabestaandenpensioen. Aangezien de PPI geen biometrische risico's mag dragen, zal de bijdragende onderneming reeds bij aanvang van de pensioenregeling een verzekeringscontract moeten sluiten met verzekeraars om deze risico-elementen te verzekeren. De PPI kan tussen de bijdragende onderneming en de verzekeraars bemiddelen, onder de van De Nederlandsche Bank N.V. ("DNB") verkregen vergunning. Het is goed mogelijk om de PPI een centrale rol te laten vervullen binnen de gehele uitvoering van de DC-regeling, bijvoorbeeld doordat de verzekeraar zijn administratietaken uitbesteedt aan de PPI.
4. Het toezicht op de PPI
De PPI is onderworpen aan de Wet op het financieel toezicht ("Wft") en, als pensioenuitvoerder, de Pensioenwet. De wettelijke bepalingen die op de PPI van toepassing zijn, zijn een mix van bepalingen die tevens relevant zijn voor levensverzekeraars die pensioenregelingen uitvoeren, beleggingsinstellingen en pensioenfondsen. Hieronder hebben wij een aantal belangrijke vereisten opgesomd die op de PPI van toepassing zijn.
Vergunning en grensoverschrijdende activiteiten
De PPI moet een vergunning hebben verkregen van DNB voordat de PPI met haar diensten kan aanvangen. De vergunning fungeert als een zogenaamd "Europees paspoort" waardoor de PPI ook grensoverschrijdend haar diensten kan verlenen indien DNB hiervoor toestemming heeft verleend.
Rechtspersoonlijkheid en governance van de PPI
De PPI moet een rechtspersoon zijn.[2] De governance van een PPI wordt niet beïnvloed door (vertegenwoordigers van) werkgevers en werknemers. De PPI moet wel beschikken over:
(i) ten minste twee dagelijks beleidsbepalers die hun werkzaamheden vanuit Nederland verrichten; en
(ii) een intern toezichtorgaan (audit commissie of een raad van commissarissen).[3]
Beheerste en integere bedrijfsuitoefening
De PPI moet voldoen aan verschillende vereisten met betrekking tot een beheerste en integere bedrijfsuitoefening. Zo moet de PPI bijvoorbeeld beschikken over een organisatieonderdeel dat op onafhankelijke en effectieve wijze een compliancefunctie uitoefent. Daarnaast moet de PPI zorgdragen voor een systematische analyse van integriteitsrisico's.
Prudentiële vereisten
De PPI moet een minimum eigen vermogen aanhouden van EUR 225.000. Aangezien de PPI geen risico's mag dragen, is dit het enige prudentiële (financiële soliditeits-) vereiste dat op de PPI van toepassing is.
Prudent-person regel - verbod met betrekking tot leningen en garanties
De PPI moet een beleggingsbeleid voeren dat in overeenstemming is met de prudent-person regel en dat gebaseerd is op een aantal uitgangspunten. Zo moet de PPI haar activa bijvoorbeeld uitsluitend in het belang van de pensioendeelnemers en de pensioengerechtigden beleggen, op zodanige wijze dat de veiligheid, de kwaliteit, de liquiditeit en het rendement van de beleggingen als geheel worden gewaarborgd. Daarnaast mag de PPI geen leningen aangaan als debiteur, met uitzondering van leningen voor liquiditeitsdoelstellingen, en mag de PPI niet garant staan voor derde partijen.
Informatieverplichtingen
De PPI moet verplichte informatie aan de pensioendeelnemers en de pensioengerechtigden verstrekken, zoals het uniform pensioenoverzicht. Daarnaast is de PPI verplicht om op verzoek van de pensioendeelnemers en de pensioengerechtigden bepaalde informatie te verstrekken. Indien een pensioendeelnemer de verantwoordelijkheid voor de beleggingen heeft overgenomen, adviseert de PPI de pensioendeelnemer over de spreiding van de beleggingen in relatie tot de duur van de periode tot de pensioendatum, waarbij het beleggingsrisico kleiner wordt naarmate de pensioendatum nadert.
5. Contractuele relaties van de PPI

Tripartiete verhouding (nummer 1, 2 en 3)
Er bestaat een tripartiete verhouding tussen de bijdragende onderneming, de werknemer en de PPI. De bijdragende onderneming en de werknemer (of hun vertegenwoordigers) sluiten een pensioenovereenkomst. De bijdragende onderneming sluit een uitvoeringsovereenkomst met de PPI in verband met de uitvoering van de pensioenovereenkomst (bestaande uit de DC-regeling). De contractuele relatie tussen de PPI en de werknemer is vastgelegd in het pensioenreglement.
Contractuele verhoudingen met betrekking tot de verzekeraar (nummer 4)
Omdat de PPI geen biometrische risico’s mag dragen, moeten alle biometrische risico’s worden gedragen door een pensioenuitvoerder die wél deze risico’s mag dragen (zoals een verzekeraar). Dit betekent dat de bijdragende onderneming de biometrische risico’s moet onderbrengen bij één (of meer) verzekeraar(s). Naar onze mening kunnen hiervoor ten minste twee contractuele afspraken worden gemaakt. Ten eerste kan de PPI optreden als een bemiddelaar tussen de bijdragende onderneming en de verzekeraar(s) in verband met het verzekeren van de biometrische risico's. Ten tweede moet worden overeengekomen dat de PPI ten tijde van de pensionering van de pensioendeelnemer verplicht is om het opgebouwde pensioenvermogen over te dragen aan de verzekeraar, omdat de verzekeraar de uitkeringsfase van het pensioen moet verzorgen. Deze laatste overeenkomst kan bijvoorbeeld worden vormgegeven als een tripartiete overeenkomst tussen de bijdragende onderneming, de PPI en de verzekeraar.
Contractuele verhoudingen met betrekking tot de pensioenbewaarder (nummer 5)
De PPI is alleen verplicht om gebruik te maken van een pensioenbewaarder indien er op grond van het beleggingsbeleid een reëel risico bestaat dat het pensioenvermogen en het eigen vermogen van de PPI ontoereikend zijn om vorderingen van de PPI te voldoen die verband houden met het beheer over de pensioenregeling en het bewaren van het pensioenvermogen en de vorderingen van pensioendeelnemers en pensioengerechtigden. De PPI kan ook vrijwillig gebruik maken van een pensioenbewaarder, bijvoorbeeld om de bij verschillende pensioenregelingen behorende pensioenvermogens van elkaar te scheiden (ringfencing). De PPI mag alleen het eigendom van een pensioenvermogen overdragen aan een pensioenbewaarder nadat een overeenkomst met de pensioenbewaarder is gesloten inzake het beheer en de bewaring van het pensioenvermogen die voldoet aan de eisen gesteld bij of krachtens de Wft.
Uitbestedingsovereenkomsten (nummer 6)
De PPI kan werkzaamheden uitbesteden, zoals het vermogensbeheer, de pensioenadministratie en de werkzaamheden met betrekking tot de communicatie met de pensioendeelnemers. Uiteraard moet de uitbesteding voldoen aan de uitbestedingsregels van de Wft en de Pensioenwet. Dit betekent onder andere dat de PPI ervoor moet zorgdragen dat degene aan wie wordt uitbesteed de regels van de Wft en de Pensioenwet die op de PPI van toepassing zijn, naleeft. Tevens moet de uitbesteding schriftelijk worden vastgelegd in een uitbestedingsovereenkomst die aan specifieke inhoudsvereisten moet voldoen. In de uitbestedingsovereenkomst moet bijvoorbeeld worden opgenomen op welke wijze de uitbesteding kan worden beëindigd en op welke wijze is gewaarborgd dat bij beëindiging de PPI de desbetreffende activiteiten zelf kan verrichten of door een derde kan laten verrichten.
6. Fiscale aspecten van de PPI
Op de PPI is, onder voorwaarden, een gunstig fiscaal regime van toepassing. De PPI is vrijgesteld van vennootschapsbelasting en komt in aanmerking voor teruggaaf van Nederlandse dividendbelasting, ingehouden op aan de PPI uitgekeerde dividenden. Met betrekking tot beleggingen buiten Nederland kan de PPI gebruik maken van de voordelen onder de Nederlandse belastingverdragen. Op grond van deze belastingverdragen kan bijvoorbeeld een verlaagde buitenlandse belasting op dividenden en interest van toepassing zijn.
Pensioenpremies, voldaan door een Nederlandse werkgever in verband met een pensioenregeling, ondergebracht bij een PPI, zijn aftrekbaar zoals dat ook het geval is voor de premies die een Nederlandse werkgever betaalt aan een pensioenfonds.
Voor de pensioendeelnemer die in dienst is van een Nederlandse inhoudingsplichtige werkgever geldt ook bij de PPI de zogenoemde omkeerregeling uit de loonbelasting. Dit betekent dat pensioenaanspraken niet tot het belastbaar loon behoren en dat er pas loonbelasting verschuldigd is over de uiteindelijke pensioenuitkeringen.
De fiscale wetgeving dient op een aantal plaatsen nog aangepast te worden in verband met de introductie van de PPI.
[1] Richtlijn 2003/41/EG.
[2] De PPI met zetel in Nederland moet de rechtsvorm van stichting, naamloze vennootschap, besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid of Europese naamloze vennootschap hebben.
[3] Het intern toezichtorgaan is verplicht op grond van de Principes voor goed pensioenfondsenbestuur van de Stichting van de Arbeid (de "STAR-princpes"). De PPI behoeft, evenals een verzekeraar die pensioenregelingen uitvoert, alleen te voldoen aan het hoofdstuk in de STAR-principes met betrekking tot rechtstreeks verzekerde regelingen.