De Brauw News

Aandeelhouders krijgen duidelijkheid over fiscale kwalificatie van eigen vermogen

March 10, 2014

Onlangs heeft de Hoge Raad de vraag beantwoord of aandelen kwalificeren als eigen vermogen of vreemd vermogen voor Nederlandse fiscale doeleinden. Volgens de Hoge Raad is de kwalificatie van aandelen volgens Nederlands civiel recht beslissend. Met dit formele criterium wordt meer rechtszekerheid geboden voor de investeringen van aandeelhouders in Nederlandse en buitenlandse vennootschappen.

Op 7 februari 2014 heeft de Hoge Raad twee principiële arresten gewezen over de kwalificatie van aandelen als eigen vermogen of vreemd vermogen voor Nederlandse fiscale doeleinden. In het eerste arrest gaat het om preferente aandelen die werden gehouden door een syndicaat van banken, terwijl het tweede arrest aandelen in de vorm van zogeheten redeemable preference shares tot inzet heeft. In beide gevallen heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de manier waarop het Nederlandse civiele recht aandelen kwalificeert, beslissend is voor de Nederlandse fiscale kwalificatie van diezelfde aandelen.

 

Deze arresten zijn vooral van belang in verband met de deelnemingsvrijstelling. Voordelen uit hoofde van een deelneming, waaronder dividenden en vermogenswinsten, zijn namelijk vrijgesteld van vennootschapsbelasting. In algemene termen is van een deelneming sprake als een belang van minstens 5% van het gestorte kapitaal in een Nederlandse of buitenlandse vennootschap wordt gehouden.

 

Preferente aandelen gehouden door bankensyndicaat

In het eerste arrest verkocht de belastingplichtige in verband met een wijziging in de financieringsstructuur cumulatief preferente aandelen in een nieuw opgerichte, Nederlandse vennootschap aan een syndicaat van Nederlandse banken. Met de verkoopopbrengst loste hij vervolgens een bestaande schuld aan deze banken af. De vergoeding op de cumulatief preferente aandelen was vooraf bepaald. Het bankensyndicaat en de belastingplichtige kwamen verder overeen dat het syndicaat het recht had om te verzoeken dat de opgerichte Nederlandse vennootschap zou worden ontbonden.

 

De Hoge Raad concludeerde dat de cumulatief preferente aandelen fiscaal gekwalificeerd moeten worden als aandelen. Als gevolg van de deelnemingsvrijstelling was onder meer de vermogenswinst op deze aandelen vrijgesteld van vennootschapsbelasting.

 

Redeemable preference shares

In het tweede arrest verkreeg de belastingplichtige als gevolg van een herstructurering aandelen in een Australische vennootschap. Het ging hier om redeemable preference shares. Deze aandelen gaven recht op een jaarlijkse cumulatieve vergoeding die kon oplopen tot 12%, en ze konden op ieder moment, maar uiterlijk binnen tien jaar na uitgifte, worden afgelost. De houder van redeemable preference shares had slechts in enkele gevallen, waaronder bedrijfsbeëindiging, stemrecht en hij had in het geval van vereffening van de vennootschap voorrang op de gewone aandeelhouders.

 

Ook in dit arrest kwam de Hoge Raad tot de slotsom dat de redeemable preference shares aandelen vormen. Omdat de deelnemingsvrijstelling van toepassing was op het aandelenbelang van de belastingplichtige in de Australische vennootschap, was de vergoeding op de redeemable preference shares vervolgens niet belast met vennootschapsbelasting.

 

Gevolgen voor investeringen in vennootschappen

Op grond van deze arresten wordt vermogen dat volgens Nederlands civiel recht is verstrekt als storting op aandelen, ook voor Nederlandse fiscale doeleinden gekwalificeerd als eigen vermogen (en niet als vreemd vermogen). Door aan te sluiten bij het Nederlandse civiele recht, wordt een formeel criterium gehanteerd voor de fiscale kwalificatie van eigen vermogen. Volgens Nederlands civiel recht is het voor vermogen dat de aandeelhouder stort op aandelen in een vennootschap, kenmerkend dat dit (i) achtergesteld is bij de overige crediteuren van de vennootschap en (ii) aansprakelijk is voor de schulden van de vennootschap. Vermogen dat aan deze kenmerken voldoet, wordt ook voor Nederlandse fiscale doeleinden opgevat als eigen vermogen. Voor vreemd vermogen verschilt overigens de kwalificatiemaatstaf. Hoewel voor de fiscale kwalificatie daarvan ook een formeel criterium geldt, heeft de Hoge Raad op dit criterium een beperkt aantal uitzonderingen aanvaard voor gevallen waarin als vreemd vermogen verstrekte gelden naar fiscale maatstaven als kapitaal worden aangemerkt.

 

Als de aandelen in de vennootschap tot een deelneming behoren waarop de deelnemingsvrijstelling van toepassing is, zijn de voordelen uit deze deelneming vrijgesteld van vennootschapsbelasting. In dat geval is het voordeel dat de aandeelhouder ontvangt op vermogen dat naar Nederlandse civielrechtelijke maatstaven eigen vermogen is, eveneens vrijgesteld als voordeel uit de deelneming van de aandeelhouder in de vennootschap.

 

Volgens de Hoge Raad blijft het formele criterium overeind, ook wanneer de vermogensverstrekking in meer materiële zin kenmerken van vreemd vermogen vertoont. Te denken valt aan het recht van de aandeelhouder om de vermogensverstrekking na verloop van een bepaalde periode te beëindigen. Ook kan als voorbeeld worden genoemd dat de vergoeding op de vermogensverstrekking minstens jaarlijks vervalt en cumulatief is. Deze kenmerken nemen volgens de Hoge Raad namelijk niet weg dat de vermogensverstrekking achtergesteld is bij de crediteuren van de vennootschap en aansprakelijk is voor de schulden van de vennootschap.

 

Omdat de fiscale kwalificatie van eigen vermogen door een formeel criterium bepaald wordt, hoeft niet te worden onderzocht of een vermogensverstrekking door een aandeelhouder aan een vennootschap in materiële zin meer kenmerken van vreemd vermogen vertoont. Aldus wordt meer rechtszekerheid geboden voor investeringen in (Nederlandse) vennootschappen.

We keep track of you on our site with cookies, in order to offer the basic functionality of the website and generate user statistics on an anonymous basis to make our website more user-friendly. We do not use or share your data with third parties for advertising purposes.