13 December 2016

De Haviltex- of CAO-norm?

Binnen het Nederlandse contractenrecht bestaat een vloeiende overgang tussen de Haviltexnorm en de CAO-norm. Bij de Haviltex norm komt het aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan de bepalingen van een contract mochten toekennen en op wat zij daarbij redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Bij de CAO-norm zijn de bewoordingen van de bepalingen, gelezen in het licht van de hele tekst, in beginsel van doorslaggevende betekenis. Dat betekent niet dat het contract steeds grammaticaal moet worden uitgelegd, maar wel dat uitleg alleen kan plaatsvinden op basis van de naar objectieve maatstaven kenbare bedoeling van partijen.  De CAO-norm is van toepassing verklaard op bepaalde typen contracten, waaronder, naast de CAO, het sociaal plan. Onlangs heeft de Hoge Raad overwogen dat in bijzondere omstandigheden tóch ook de voor derden niet kenbare partijbedoelingen relevant kunnen zijn wanneer de bestaansgrond van de CAO-norm niet in het geding is. Die bestaansgrond is gelegen is in derdenbescherming en eenvormige uitleg. Is die niet aan de orde, dan kunnen niet-objectief kenbare partijbedoelingen wel degelijk relevant zijn en is een strikte toepassing van de CAO-norm niet gerechtvaardigd.

In deze zaak ging het over de uitleg van een bepaling uit een sociaal plan dat was opgesteld in overleg met de FNV naar aanleiding van een reorganisatie van Ossfloor BV. Het initiatief voor de ingrijpende reorganisatie was afkomstig van Condor Capital BV, die 100% aandeelhouder en bestuurder is van Ossfloor BV. Het sociaal plan werd door alle drie de partijen ondertekend en Condor Capital BV stelde zich garant voor de uitvoering van het sociaal plan in geval van faillissement. Ondanks de reorganisatie ging Ossfloor BV een jaar later inderdaad failliet. De aangestelde curator zegde vervolgens de arbeidsovereenkomsten op van alle werknemers die na de reorganisatie nog in dienst waren gebleven. Deze werknemers deden vervolgens, onder begeleiding van de FNV, een beroep op het sociaal plan en stelden dat ze recht hadden op een vergoeding van Condor Capital BV. Deze meende echter dat het sociaal plan uitgelegd moest worden door een strikte toepassing van de CAO-norm, waardoor de achtergebleven werknemers niet onder de reikwijdte van het Sociaal Plan zouden vallen.

De FNV stelde zich op het standpunt dat misschien niet uit de tekst van het sociaal plan volgde dat het ook van toepassing is op de achtergebleven werknemers, maar dat dit wel degelijk de bedoeling was van de partijen bij het Sociaal Plan. Verder stelde de FNV dat deze reikwijdte van het sociaal plan (en de garantie die Condor Capital BV had gegeven) voor de ondernemingsraad een voorwaarde was om ermee akkoord te kunnen gaan. Zowel de Rechtbank als het Hof overwogen desondanks dat het Sociaal Plan moest worden uitgelegd conform de CAO-norm en dat geen betekenis toekwam aan de partijbedoelingen. Maar de Hoge Raad overweegt nu dat een van de CAO-norm afwijkende uitleg denkbaar is voor dit soort situatie.

Cliënten moeten er daarom op attent zijn dat bij de uitleg van schriftelijke contracten telkens alle omstandigheden van het concrete geval van beslissende betekenis kunnen zijn, zelfs als het overeenkomsten betreft waarop normaliter de CAO-norm van toepassing is. De CAO-norm is, naast de genoemde CAO en het sociaal plan, van toepassing verklaard op leveringsaktes voor registergoederen, trustaktes waar een obligatielening op is gebaseerd, en pensioenreglementen.

We keep track of you on our site with cookies, in order to offer the basic functionality of the website and generate user statistics on an anonymous basis to make our website more user-friendly. We do not use or share your data with third parties for advertising purposes.
Accept cookiesChange cookiesClick here for more information about our cookies.