De Brauw News

Hoge Raad: pandrecht op voorbehouden eigendom is faillissementsbestendig

July 13, 2016

De Hoge Raad heeft onlangs geoordeeld dat de koper die een zaak onder eigendomsvoorbehoud heeft verkregen, een pandrecht op die zaak kan vestigen dat bestendig is tegen het tussentijdse faillissement van de koper onder eigendomsvoorbehoud. Al voordat de koopprijs volledig is voldaan, verkrijgt de koper onder eigendomsvoorbehoud een eigendomsrecht op de zaak onder opschortende voorwaarde, waarover hij naar het oordeel van de Hoge Raad kan beschikken. Dit betekent dat de koper op de voorbehouden eigendom een pandrecht kan vestigen, dat bij voldoening van de koopprijs van rechtswege uitgroeit tot een pandrecht op de volle eigendom van de zaak. Het tussentijds faillissement van de koper onder eigendomsvoorbehoud staat hieraan naar het oordeel van de Hoge Raad niet in de weg. Pandhouders doen er verstandig aan in hun pandaktes op te nemen dat het pandrecht wordt gevestigd op goederen die onder opschortende voorwaarde aan de pandgever zijn overgedragen.

Met dit arrest heeft de Hoge Raad een belangrijke rechtsvraag beslist. Bedrijven die grote voorraadposities aanhouden, hebben – naast doorgaans kortlopend – leverancierskrediet behoefte aan bancaire financiering om de kosten van exploitatie van de onderneming te dekken. In de regel wordt de financiering door banken verstrekt tegen verlening van een pandrecht op de voorraden, ook als die voorraden onder eigendomsvoorbehoud aan de onderneming zijn overgedragen. In totaal is aan Nederlandse banken voor een bedrag van circa EUR 20 miljard aan voorraden verpand, die onder eigendomsvoorbehoud zijn overgedragen. Daarnaast worden ook machines en andere inventariszaken vaak onder eigendomsvoorbehoud gekocht en vervolgens aan de bank verpand.

 

In deze zaak ging het om een teeltsysteem, dat onder eigendomsvoorbehoud aan een tuinbouwbedrijf was overgedragen. Het tuinbouwbedrijf had tot zekerheid van de nakoming van haar verplichtingen uit hoofde van de financieringsdocumentatie een pandrecht gevestigd ten behoeve van Rabobank op onder meer de voorbehouden eigendom van een teeltsysteem. Na het faillissement van het tuinbouwbedrijf voldeed Rabobank het restant van de koopprijs van het teeltsysteem om te bewerkstelligen dat zij zich op het volledige teeltsysteem zou kunnen verhalen. De curator verzette zich hiertegen en betoogde dat het tussentijdse faillissement van het tuinbouwbedrijf eraan in de weg stond dat Rabobank een pandrecht op het teeltsysteem had verkregen.

 

Het hof gaf in deze zaak de curator gelijk. Naar het oordeel van het hof kon het tuinbouwbedrijf niet over de voorbehouden eigendom van het teelsysteem beschikken. De reden hiervoor was dat het eigendomsrecht naar zijn oordeel het meest omvattende recht is en niet kan worden gesplitst in een gedeelte onder opschortende voorwaarde van betaling van de volledige koopprijs en een gedeelte onder ontbindende voorwaarde daarvan. Daarom was het teeltsysteem voor het tuinbouwbedrijf op het moment van de verpanding nog slechts een toekomstige zaak, waarop het slechts bij voorbaat een pandrecht kon vestigen. Een bij voorbaat gevestigd pandrecht is echter niet bestand tegen het tussentijdse faillissement van de koper onder eigendomsvoorbehoud.

 

Volgens de Hoge Raad echter verkrijgt de koper onder eigendomsvoorbehoud al een eigendomsrecht op de zaak onder opschortende voorwaarde voordat de koopprijs volledig is voldaan, en kan hij over dit voorwaardelijk eigendomsrecht beschikken. Omdat het onvoorwaardelijke eigendomsrecht op de zaak altijd slechts bij één partij berust, is van een onaanvaardbare splitsing van het eigendomsrecht geen sprake. Dit betekent naar het oordeel van de Hoge Raad dat de koper op de voorbehouden eigendom een pandrecht kan vestigen, dat bij voldoening van de koopprijs van rechtswege uitgroeit tot een pandrecht op de volle eigendom van de zaak. Het tussentijds faillissement van de eigendomsvoorbehoudskoper staat hieraan niet in de weg.

 

De uitspraak van de Hoge Raad brengt mee dat een pandrecht op voorbehouden eigendom standhoudt als de koper onder eigendomsvoorbehoud tussentijds failliet gaat. Door tijdens het faillissement van de koper onder eigendomsvoorbehoud het restant van de koopprijs te voldoen, kan de pandgever zorgen dat hij een onvoorwaardelijk pandrecht op de zaak verkrijgt. De betaling van het restant van de koopprijs leidt er naar het oordeel van de Hoge Raad toe dat het voorwaardelijke pandrecht van de pandhouder van rechtswege uitgroeit tot een onvoorwaardelijk pandrecht op de zaak. Het tussentijdse faillissement van de koper onder eigendomsvoorbehoud staat hieraan niet in de weg. De pandhouder kan zich dus, na voldoening van het restant van de koopprijs, volledig op de zaak verhalen.

 

In deze zaak was in de algemene voorwaarden van verpanding opgenomen dat het pandrecht van Rabobank ook was gevestigd op goederen die onder opschortende voorwaarde aan de pandgever waren overgedragen. Mede daarom kon de Hoge Raad tot het oordeel komen dat het pandrecht zich uitstrekte tot de voorwaardelijke eigendom van het teeltsysteem. Pandhouders doen er dus verstandig aan om in hun pandaktes en bijbehorende documentatie op te nemen dat het pandrecht wordt gevestigd op goederen die onder opschortende voorwaarde aan de pandgever zijn overgedragen.

We keep track of you on our site with cookies, in order to offer the basic functionality of the website and generate user statistics on an anonymous basis to make our website more user-friendly. We do not use or share your data with third parties for advertising purposes.