De Brauw News

Hoge Raad: voorwaardelijke ontbinding onder de Wwz nog mogelijk

January 15, 2017

De Hoge Raad heeft geoordeeld dat een voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst na een ontslag op staande voet ook onder de Wet Werk en Zekerheid (Wwz) nog mogelijk is. Wel is deze mogelijkheid beperkt: een voorwaardelijk ontbindingsverzoek kan alleen worden toegewezen als de kantonrechter het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig acht. Acht hij het wél rechtsgeldig, dan kan hij niet, vooruitlopend op een eventueel andersluidend oordeel van het hof, een voorwaardelijke ontbinding uitspreken. Het hof kan immers in hoger beroep nog herstel van het dienstverband bevelen. De definitieve einddatum van de arbeidsrelatie is na een (onterecht) gegeven ontslag op staande voet dus langer onzeker dan onder het oude recht.

 

Dit betekent dat werkgevers er bij het geven van ontslag op staande voet rekening mee moeten houden dat zij zich niet meer volledig kunnen indekken tegen het (ongunstige) oordeel dat dat ontslag niet rechtsgeldig is. Daarnaast moeten ze rekening houden met een langere procedure dan vroeger doordat het bewijsrecht – in beginsel – ook van toepassing is op de (voorwaardelijke) ontbindingsprocedure. Voorzichtigheid is dan ook geboden.

Voor de invoering van de Wwz kwam het vaak voor dat de werkgever de kantonrechter verzocht de arbeidsovereenkomst voorwaardelijk te ontbinden, voor het geval de dienstbetrekking toch niet door het ontslag op staande voet was geëindigd. Zo ontstond snel duidelijkheid over de uiterlijke einddatum van de dienstbetrekking en kon een steeds verder oplopende loonvordering worden voorkomen. Sinds de inwerkingtreding van de Wwz zijn hoger beroep en cassatie mogelijk in de ontbindingsprocedure, en kan de kantonrechter die snelle zekerheid dus niet langer verschaffen. Het was onduidelijk of een voorwaardelijke ontbinding onder de Wwz überhaupt nog mogelijk was, nu de wet en de wetsgeschiedenis hierover geen uitsluitsel geven.

 

De Hoge Raad oordeelt nu dat een voorwaardelijk verzoek tot ontbinding ook onder de Wwz nog mogelijk is, echter op beperktere schaal dan onder het oude recht. De kantonrechter kan het voorwaardelijk ontbindingsverzoek alleen toewijzen als hij oordeelt dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is. De kantonrechter moet volgens de Hoge Raad het verzoek tot vernietiging van het ontslag op staande voet van de werknemer en het verzoek tot voorwaardelijke ontbinding van de werkgever zoveel mogelijk gelijktijdig behandelen. Hij kan een voorwaardelijk ontbindingsverzoek nog wel afzonderlijk behandelen – en dus eerder een uitspraak doen over de ontbinding dan over het ontslag op staande voet – als aanhouding van het ontbindingsverzoek een onaanvaardbare vertraging van de procedure zou opleveren. Of dat vaak zal voorkomen is de vraag, want de Hoge Raad oordeelt ook dat het bewijsrecht in (voorwaardelijke) ontbindingsprocedures in beginsel van toepassing is, omdat – anders dan voorheen – onder de Wwz de mogelijkheid van hoger beroep en cassatie bestaat na (voorwaardelijke) ontbindingsprocedures. De rechter kan de wettelijke bewijsregels nog wel buiten toepassing laten, maar dat oordeel moet hij motiveren. Het is dus mogelijk dat bijvoorbeeld getuigen gehoord moeten worden om te kunnen oordelen over het (voorwaardelijke) ontbindingsverzoek. Het gevolg van deze beslissing is dat de behandeling van een (voorwaardelijk) ontbindingsverzoek langer kan duren dan voorheen.

 

De kantonrechter kan geen ontbinding uitspreken voor het geval dat het hof, omdat hij het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig vindt, herstel van het dienstverband beveelt. Als dit wel mogelijk zou zijn, zou het hof zijn bevoegdheid om de arbeidsovereenkomst te herstellen of een billijke vergoeding toe te kennen, niet volledig kunnen uitoefenen. Dit vindt de Hoge Raad onwenselijk.

 

Ondanks het feit dat de mogelijkheden om snel definitieve zekerheid over de einddatum te krijgen hiermee zijn ingeperkt, kan het nog steeds zinvol zijn een voorwaardelijk ontbindingsverzoek in te stellen. Daarmee kunnen immers nog wel de gevolgen van een nadelig oordeel van de kantonrechter, namelijk dat het ontslag op staande voet niet gerechtvaardigd was, worden beperkt. Definitieve zekerheid valt echter niet meer te verkrijgen, alleen al omdat een werknemer ook hoger beroep kan instellen tegen de voorwaardelijke ontbinding.

We keep track of you on our site with cookies, in order to offer the basic functionality of the website and generate user statistics on an anonymous basis to make our website more user-friendly. We do not use or share your data with third parties for advertising purposes.