De Brauw News

Pensioenfondsen: verschaf duidelijkheid over betrokkenheidsbeleid

June 20, 2019

Op dit moment is het wetsvoorstel implementatie wijzigingsrichtlijn langetermijnbetrokkenheid aandeelhouders, dat in april jl. door de Tweede Kamer is aangenomen, in behandeling bij de Eerste Kamer. De richtlijn heeft tot doel om de betrokkenheid van aandeelhouders bij de corporate governance van beursvennootschappen verder te vergroten. Institutionele beleggers, waaronder pensioenfondsen, krijgen van doen met nieuwe wettelijke transparantieverplichtingen. Zij moeten hun betrokkenheidsbeleid publiceren. Daarin komt tot uitdrukking hoe zij, kort gezegd, ESG-factoren (Environment, Social, Governance) betrekken in hun beleggingen in vennootschappen en hoe zij zeggenschapsrechten uitoefenen die verbonden zijn aan hun beleggingen. Als de institutionele belegger een vermogensbeheerder heeft aangesteld, zal hij openbaar moeten maken, samengevat, hoe hij de vermogensbeheerder ertoe aanzet rekening te houden met de langetermijnverplichtingen van de belegger, met ESG-factoren, het beheer van zeggenschapsrechten en transactiekosten (omloopsnelheid van de beleggingsportefeuille en de looptijd van de vermogensbeheerovereenkomst). Een institutionele belegger of vermogensbeheerder mag er voor kiezen geen uitvoering te geven aan een betrokkenheidsbeleid, mits hij dit motiveert op zijn website (pas-toe-of-leg-uit). De memorie van toelichting stelt hoge eisen aan die motivering. In het wetsvoorstel wordt niet voorzien in een overgangsregeling. Het is nog onbekend wanneer de Wet in werking zal treden.

Wetsvoorstel

Volgens het wetsvoorstel wordt een nieuw hoofdstuk aan de Wet op het financieel toezicht toegevoegd, namelijk: Hoofdstuk 5.6A Transparantieregels ter bevordering van langetermijnbetrokkenheid aandeelhouders.

 

Betrokkenheidsbeleid
Voor institutionele beleggers, waaronder pensioenfondsen, introduceert dit hoofdstuk  de wettelijke verplichting om een betrokkenheidsbeleid te hebben. Hierbij geldt het ‘pas toe of leg uit’ principe. Minstens een keer per jaar moet het pensioenfonds openbaar maken hoe het betrokkenheidsbeleid is uitgevoerd. Als het pensioenfonds dit (deels) nalaat, dient de institutionele belegger op zijn website minimaal jaarlijks gemotiveerd opgave daarvan te doen. Het betrokkenheidsbeleid moet onder andere beschrijven hoe het pensioenfonds:

  • toeziet op de vennootschap waarin is belegd ten aanzien van onder andere maatschappelijke en ecologische effecten en corporate governance
  • de dialoog voert met de vennootschap waarin is belegd
  • zijn stemrechten uitoefent
  • met andere aandeelhouders samenwerkt
  • belangenconflicten beheerst

 

Beleggingsstrategie
Een pensioenfonds moet ook openbaar maken hoe de belangrijkste elementen van zijn beleggingsstrategie zijn afgestemd op het profiel en de looptijd van zijn (langetermijn-)verplichtingen en hoe deze bijdragen aan de middellange- en langetermijnprestaties van zijn portefeuille. Hij moet deze informatie minstens een keer per jaar actualiseren.

 

Overeenkomst met vermogensbeheerder
Een pensioenfonds moet openbaar maken, samengevat, hoe hij de vermogensbeheerder ertoe aanzet rekening te houden met zijn langetermijnverplichtingen, met ESG-factoren, het beheer van zeggenschapsrechten en transactiekosten (omloopsnelheid van de beleggingsportefeuille en de looptijd van de vermogensbeheerovereenkomst). Als de overeenkomst tussen het pensioenfonds en de vermogensbeheerder deze informatie niet (geheel) bevat, moet het pensioenfonds dit gemotiveerd melden. Hij moet deze informatie minstens een keer per jaar actualiseren.

 

Huidige transparantieverplichtingen

Deels gelden al openbaarmakingsverplichtingen voor pensioenfondsen op basis van de Pensioenwet, de Wet op het financieel toezicht, de Code Pensioenfondsen en de Nederlandse Corporate Governance code. Uit hoofde van Europese richtlijnen zoals de AIFMD, UCITS richtlijn en MiFID II gelden rapportageverplichtingen voor vermogensbeheerders. Beursvennootschappen waarin pensioenfondsen beleggen moeten in hun bestuursverslagen een analyse opnemen van zowel financiële als niet-financiële prestatie-indicatoren, met inbegrip van milieu- en personeelsaangelegenheden.

 

Hieronder geven wij een overzicht van bestaande verplichtingen voor pensioenfondsen.

 

Code Pensioenfondsen
Volgens de wettelijk verankerde Code Pensioenfondsen:

  • heeft een pensioenfonds een fiduciaire verantwoordelijkheid;
  • draagt het bestuur onder belanghebbenden zorg voor draagvlak voor keuzes over verantwoord beleggen; en
  • legt het bestuur overwegingen verantwoord beleggen vast en maakt deze beschikbaar voor belanghebbenden.

 

Pensioenwet
De Pensioenwet bepaalt dat een pensioenfonds een verslagleggingsplicht heeft over hoe in het beleggingsbeleid rekening wordt gehouden met milieu en klimaat, mensenrechten en sociale verhoudingen.

 

IORP II
Op basis van de IORP II richtlijn moet in de beheerste bedrijfsvoering, eigenrisicobeoordeling, verklaring inzake beleggingsbeginselen en informatieverstrekking rekening worden gehouden met ESG-factoren.

 

Nederlandse Corporate Governance Code
De in de Wet op het financieel toezicht wettelijk verankerde Nederlandse Corporate Governance code bepaalt dat:

  • institutionele beleggers jegens achterliggende begunstigden op zorgvuldige en transparante manier moeten beoordelen hoe zij gebruik maken van hun rechten als aandeelhouder
  • het stemrechtbeleid op aandelen in beursvennootschappen jaarlijks openbaar moet worden gemaakt
  • jaarlijks op de website en/of in bestuursverslag verslag moet worden gedaan van de uitvoering van het stemrechtbeleid. Ten minste eenmaal per kwartaal moet op de website verslag worden uitgebracht van stemmingen op algemene vergaderingen van aandeelhouders.

 

Verdrag inzake Clustermunitie
In het Besluit marktmisbruik Wft is het clustermunitieverbod opgenomen.

 

Internationale sancties
Op basis van onder andere de Sanctiewet en de Regeling Toezicht Sanctiewet 1977 moeten pensioenfondsen meewerken aan internationale sancties.

 

Betrokkenheidsbeleid en sectorinitiatieven

Er zijn bestaande initiatieven van institutionele beleggers en vermogensbeheerders die passen binnen een betrokkenheidsbeleid. Per 1 januari 2019 is de Nederlandse Stewardshipcode vastgesteld. Die is onder meer op pensioenfondsen gericht. De Stewardshipcode bevat principes over de manier waarop institutionele beleggers invulling en uitvoering kunnen geven aan verantwoord beleggen en betrokken aandeelhouderschap. Op bepaalde punten gaat de Stewardshipcode verder dan de aandeelhoudersrichtlijn.

 

Pensioenfondsen kunnen zich aansluiten bij het IMVB-Convenant Pensioenfondsen, dat erop is gericht om negatieve effecten van een onderneming (of de keten erachter) in kaart te brengen, te prioriteren en te adresseren. Hierbij kan gekozen worden voor het ‘Brede Spoor’ en het ‘Diepe Spoor’. Binnen het optionele Diepe Spoor werken partijen aan zes projecten “om het vergroten van de invloed in de dialoog van pensioenfondsen met beursgenoteerde ondernemingen waarin zij beleggen en waar risico’s op samenleving (en milieu) geconstateerd zijn” (met nadruk op sociaal gebied).

 

Het hanteren van de VN Sustainable Development Goals (SDGs), die erop gericht zijn om “een eind te maken aan armoede, ongelijkheid en klimaatverandering in 2030” kan richting geven aan de invulling van een duurzaam beleggingsbeleid.

 

TOT SLOT

Tijdens het consultatieproces van de implementatiewet van de herziene aandeelhoudersrichtlijn is aandacht gevraagd voor samenloop van regelgeving. De vraag is bijvoorbeeld gesteld of het nodig is om de wettelijke verankering van de Nederlandse Corporate Governance Code in de Wet op het financieel toezicht in stand te houden. Aan een oproep om die wettelijke verankering te verwijderen, heeft de minister geen gehoor gegeven.

 

Wat betreft de samenhang met de rapportageverplichtingen in andere Europese regelgeving (AIFMD, UCITS, MiFID II) met betrekking tot overlappende gegevens staat in de memorie van toelichting dat vermogensbeheerders deze informatie mogen opnemen in andere rapportages dan wel hiernaar mogen verwijzen (via hyperlinks).

 

Door de grote hoeveelheid van wetgeving en sectorinitiatieven kan het lastig zijn om het overzicht te behouden. In de Tweede Kamer is bijvoorbeeld ook een wetsvoorstel aanhangig dat ziet op het toekennen van adviesrecht voor “maatschappelijk verantwoord beleggingsbeleid” en de toekenning van een goedkeuringsrecht aan het  verantwoordingsorgaan en het belanghebbendenorgaan van het “uitsluitingenbeleid”. Op Europees vlak volgen na IORP II binnenkort aanvullende vereisten die voortkomen uit het Sustainable Finance Action Plan van de Europese Commissie.

 

Het wetsvoorstel van de herziene aandeelhoudersrichtlijn wordt op dit moment in de Eerste Kamer behandeld en had eigenlijk al op 10 juni in werking moeten treden. Op 4 juni 2019 heeft de Eerste Kamercommissie voor Justitie en Veiligheid het voorlopig verslag uitgebracht en het wachten is nu op de memorie van antwoord. In het voorlopig verslag wordt overigens nog de vraag gesteld hoe precies de maatschappelijke en ecologische effecten en corporate governance kwalitatief en kwantitatief beschreven kunnen worden.

 

In een andere In context artikel gaat De Brauw in op vereisten voor beursgenoteerde vennootschappen op het gebied van beloningsbeleid, transacties met verbonden partijen en elektronisch stemmen.

We keep track of you on our site with cookies, in order to offer the basic functionality of the website and generate user statistics on an anonymous basis to make our website more user-friendly. We do not use or share your data with third parties for advertising purposes.