13 October 2016

PRIIP’s: bent u er klaar voor?

De verordening over essentiële-informatiedocumenten voor verpakte retailbeleggingsproducten en verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten (PRIIP’s-verordening) is nog niet in werking getreden, maar toch heeft ze al veel stof doen opwaaien. De verordening heeft tot doel de bescherming en vertrouwen van retailbeleggers in PRIIP’s te verbeteren, en introduceert daartoe het essentiële-informatiedocument (KID). In dit artikel komen praktische aandachtspunten aan bod, zoals de verhouding van het KID met de UCITS Essentiële Beleggers Informatie (EBI) en de financiële bijsluiter, de doorlopende verplichtingen, aansprakelijkheid en de mogelijkheid te verwijzen naar het prospectus. Op 13 september is de consultatie van de Wet implementatie verordening essentiële-informatiedocumenten (Implementatiewet) afgelopen; het exacte tijdstip van inwerkingtreding is echter nog allesbehalve zeker. Wel raden wij financiële ondernemingen aan zich te gaan voorbereiden op de nieuwe PRIIP’s-regels.

Definitie PRIIP en reikwijdte PRIIP’s-verordening

Welke producten?
Onder een ‘packaged retail investment and insurance-based investment product’ (PRIIP) worden twee producten verstaan. In de eerste plaats een verpakt retailbeleggingsproduct; beleggingen waarbij het bedrag dat aan de retailbelegger moet worden betaald onderhevig is aan schommelingen door blootstelling aan referentiewaarden of aan de prestaties van een of meer activa die niet rechtstreeks door de retailbelegger zijn aangekocht. In de tweede plaats wordt eronder verstaan een verzekeringsgebaseerd beleggingsproduct: een verzekeringsproduct waarmee een waarde op vervaldag of een afkoopwaarde wordt aangeboden, waarbij die waarde geheel of gedeeltelijk en direct of indirect is blootgesteld aan marktfluctuaties.

Onder de reikwijdte van de PRIIP’s-verordening vallen bijvoorbeeld beleggingsinstellingen en UCITS, levensverzekeringsovereenkomsten met een beleggingscomponent, gestructureerde producten en gestructureerde deposito’s. De verordening is alleen van toepassing als producten zijn gericht op retailbeleggers. Producten die zijn gericht op professionele beleggers vallen dus niet onder de reikwijdte van de verordening. De verordening is verder niet van toepassing op activa die rechtstreeks worden aangekocht, een aantal specifieke effecten uit de Prospectusrichtlijn, traditionele deposito’s of certificaten en individuele- en bedrijfspensioenproducten.

Voor wie?
Iedereen die PRIIP’s ontwikkelt of wijzigingen aanbrengt in een bestaande PRIIP valt onder de reikwijdte van de verordening. Het gaat hierbij niet alleen om de originele ontwikkelaars (zoals beheerders van beleggingsinstellingen) maar ook om ontwikkelaars van daarop gebaseerde producten (bijvoorbeeld unit-linked producten zoals een levensverzekering waarvan de uitkering afhankelijk is van de waarde van deelnemingsrechten in een beleggingsinstelling). Daarnaast is de PRIIP’s van toepassing op adviseurs en verkopers van PRIIP’s.

Impact op bestaande informatiedocumenten 

Tijdelijke vrijstelling voor icbe’s en beleggingsinstellingen
Ook UCITS en beleggingsinstellingen (AIF’s) vallen onder de definitie van een PRIIP; beheerders van deze instellingen moeten nu echter al een document met essentiële beleggersinformatie (EBI) opstellen als het product wordt aangeboden aan retailbeleggers. Omdat er al veel werk is verricht in verband met de EBI, is in de verordening een overgangsperiode van vijf jaar opgenomen voor deelnemingsrechten in UCITS en beleggingsinstellingen. Dit betekent dat de beheerders en degenen die advies over dergelijke deelnemingsrechten geven of deze verkopen in elk geval tot 31 december 2019 zijn vrijgesteld van de toepassing van de verordening. Tot die tijd gelden uiteraard wel de voorschriften voor de EBI.

Beheerders van beleggingsinstellingen in andere lidstaten zullen mogelijk wel een KID moeten opstellen. AIF-beheerders krijgen alleen een vrijstelling als op basis van het nationale top-up-retailregime het EBI-regime uit de UCITS-richtlijn van overeenkomstige toepassing is op retailbeleggingsinstellingen.

Financiële bijsluiter
Als de PRIIP’s-verordening in werking treedt, is het niet langer verplicht een financiële bijsluiter op te stellen. Het KID treedt hiervoor in de plaats.

Het essentiële-informatiedocument
Het KID moet onder meer informatie bevatten over de identiteit van de PRIIP-ontwikkelaar, het soort PRIIP, de werking ervan, de doelgroep en de risico’s van het product. Daarnaast moet informatie worden gegeven over het rendement (is dat ongunstig, gematigd of gunstig), over de kosten, over wat er gebeurt als de PRIIP-ontwikkelaar niet kan uitbetalen en over de wijze waarop een retailbelegger een klacht kan indienen.

De PRIIP-ontwikkelaar stelt het KID op en publiceert het op zijn website. Ook moet hij ervoor zorgen dat het KID up-to-date blijft. Deze verplichting geldt zolang het PRIIP op secundaire markten wordt verhandeld. Dus ook als de ontwikkelaar niet langer direct producten aanbiedt, kan hij verplicht blijven het KID bij te werken.

Het KID moet worden verstrekt door degene die adviseert over een PRIIP of een PRIIP verkoopt voordat de transactie wordt gesloten, zodat de belegger in staat is een deugdelijke beleggingsbeslissing te nemen.

Het KID is een opzichzelfstaand document dat duidelijk verschilt van marketingmaterialen. Er mogen dan ook geen verwijzingen naar marketingmaterialen in staan; wel mag naar het prospectus worden verwezen als het gaat om informatie die op grond van de verordening in het KID moet worden opgenomen.

Dit laatste biedt mogelijk uitkomst voor ontwikkelaars. Door de informatie in het KID tot het minimum te beperken en naar het prospectus te verwijzen voor uitgebreidere informatie, kan de noodzaak het KID te actualiseren worden beperkt, en kunnen tegelijkertijd ook aansprakelijkheidsrisico’s worden beperkt die het gevolg zijn van de beknoptheid van de beschrijving of achterhaalde informatie.

Het KID moet accuraat, eerlijk en duidelijk zijn en mag niet misleidend zijn. Ook moet het in overeenstemming zijn met de toepasselijke overeenkomsten en de voorwaarden van het PRIIP. Afhankelijk van het product moeten bepaalde voorgeschreven teksten in het KID worden opgenomen. De tekst moet kort en bondig zijn, omdat anders het gevaar bestaat dat de beleggers er geen gebruik van maken. De maximale omvang is vastgesteld op drie bladzijden van A4-formaat.

Toepasselijk recht
Als de retailbelegger heeft vertrouwd op de informatie in het KID en daardoor schade heeft geleden, dan kan hij overeenkomstig het nationaal recht van de PRIIP-ontwikkelaar een schadevergoeding vorderen voor het verlies dat hij heeft geleden.

Op de civielrechtelijke aansprakelijkheid van een PRIIP-ontwikkelaar is het geldende nationale recht van toepassing en niet de PRIIP’s-verordening. Wie de bevoegde rechter is, wordt bepaald door het toepasselijke internationaal privaatrecht.

Kenmerkende verschillen tussen de PRIIP’s-KID en de UCITS EBI
Het KID heeft tot doel regelingen voor beleggingsproducten die worden aangeboden aan retailbeleggers te harmoniseren, zodat zij inzicht krijgen in risico’s en producten kunnen vergelijken. Het KID is daarom gemodelleerd naar de UCITS EBI. Zoals hierboven al vermeld, zijn UCITS en retail-AIF’s echter vooralsnog vrijgesteld van de toepassing van de verordening uitgezonderd van toepassing van de verordening. Het KID en de EBI zijn echter niet identiek en verschillen op enkele kenmerkende onderdelen. Daardoor zijn de verschillende producten nog steeds niet goed vergelijkbaar. Zolang deze verschillen blijven voortbestaan, lijkt het doel van de PRIIP’s-verordening nog niet te worden bereikt. In de onderstaande tabel hebben wij de meest kenmerkende verschillen opgenomen:

incontext-artikel-priips

Implementatie en inwerkingtreding
De PRIIP’s-verordening heeft uiteraard rechtstreekse werking, implementatie is dus niet vereist. Wel moeten wet- en regelgeving worden aangepast omdat de verordening eisen stelt aan het toezicht op de naleving van bepalingen.

De AFM zal worden aangewezen als de bevoegde toezichthouder. De Wft geeft de AFM de bevoegdheid beperkingen te stellen aan de verkoop van bepaalde verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten of deze zelfs te verbieden. Dit is in lijn met de bevoegdheid uit de PRIIP’s-verordening. Op grond van de BGfo en op verzoek van de AFM moet een sanctie of maatregel die op grond van de verordening wordt opgelegd aan een ontwikkelaar, verkoper of adviseur schriftelijk kenbaar worden gemaakt aan de betrokken retailbelegger. In deze mededeling moet de onderneming de retailbelegger informeren over de opgelegde bestuurlijke sanctie en over waar de retailbelegger een eventuele klacht of verzoek tot schadevergoeding kan indienen.

De PRIIP’s-verordening is in werking getreden op 29 december 2014 en van toepassing per 31 december 2016. Wanneer de Implementatiewet in werking treedt, moet nog worden bepaald. Omdat de verordening per 31 december 2016 van toepassing is, is het de bedoeling van de wetgever de wet zo spoedig mogelijk in werking te laten treden.

De Regulatory Technical Standards (RTS) van de Europese Commissie die behoren bij de PRIIP’s-verordening bevatten een vast format voor de presentatie van de informatie in het KID; er werd zeer gedetailleerd ingegaan op deze informatie. Het Europees parlement heeft echter op 14 september 2016 de voorgestelde RTS verworpen. De Europese Commissie zal nu met een nieuw voorstel moeten komen.

Impact
In 2009 vertegenwoordigden PRIIP’s in de Europese markt een waarde van EUR 9 biljoen (waarvan 58% UCITS). De impact van de PRIIP’s-verordening is dan ook groot.

In de voorbereidingsfase moeten diverse dingen gebeuren. Er moet worden geïnventariseerd welke producten moeten worden aangemerkt als PRIIP. Ook moeten actuele en correcte gegevens binnen verschillende afdelingen in bedrijf worden verzameld. Verder moet worden gekeken naar de samenstelling van het voorbeeld-KID; de berekening van de kosten en risico’s is namelijk anders dan bij UCITS EBI, waardoor de huidige systemen niet toereikend zullen zijn. Er moet ook aandacht worden geschonken aan het taalgebruik in de KID: dat moet duidelijk en begrijpelijk zijn, en jargon is niet toegestaan. Ten slotte mag het KID niet langer zijn dan drie A4, wat strijd kan opleveren met de vereiste duidelijkheid.

Daarnaast moet worden gewaarborgd dat er doorlopende informatievoorziening is. KID’s moeten telkens worden bijgewerkt als een belangrijke wijziging in de opgenomen informatie optreedt; in elk geval bij wijziging van het marktrisico of kredietrisico, wijziging van de verwachte opbrengst in een gematigd scenario met meer dan 5%, en in het geval de algemene informatie niet langer accuraat is. Daarnaast moet het KID elke 12 maanden worden geactualiseerd.

Verder zijn aanbieders verplicht procedures op te stellen en in stand te houden waarmee zij onmiddellijk situaties kunnen herkennen die “zouden kunnen leiden tot een wijziging met gevolgen of te verwachten gevolgen voor de nauwkeurigheid, eerlijkheid of duidelijkheid van de informatie in het essentiële-informatiedocument”.

De meest recente versie van het KID moet op de website worden gepubliceerd, maar ook, als dat mogelijk is, via e-mail direct aan beleggers worden gestuurd. Het belang van dit alles is groot: er is immers sprake van aansprakelijkheidsrisico voor de financiële onderneming.

Er zijn nog andere haken en ogen voor de praktijk:

  • Het doel van PRIIP’s is het maken van een vergelijking, maar het is nu nog niet mogelijk om retail-AIF of UCITS PRIIP te vergelijken met andere typen PRIIP.
  • Voor een deelneming in hetzelfde fonds kunnen verschillende eisen worden gesteld aan de informatievoorziening. Dit hangt samen met de manier waarop wordt ingestapt in het fonds. Bij een directe belegging loopt de informatievoorziening via een UCITS EBI, bij een indirecte belegging (bijvoorbeeld unit-linked) via een PRIIP KID.
  • In het verleden behaalde resultaten en benchmarks van een PRIIP worden niet openbaar gemaakt, terwijl de prestatiescenario’s daar wel op zijn gebaseerd.
  • De kosten van een PRIIP worden gebaseerd op een bepaalde aanbevolen periode waarin het zou moeten worden aangehouden. Wordt een PRIIP echter voor een kortere periode aangehouden, dan wordt het moeilijk te vergelijken tussen PRIIP’s en de daadwerkelijke kosten van elk van die PRIIP’s.
  • Als de datum van inwerkingtreding niet wordt aangepast, kan de kwaliteit van het KID niet worden geborgd omdat de PRIIP-ontwikkelaars de verordening dan in korte tijd moeten implementeren in hun interne systemen.

Uiteraard houden wij de ontwikkelingen rond de PRIIP’s in de gaten en staan wij voor je klaar bij vragen over het KID en andere PRIIP’s-gerelateerde zaken.

We keep track of you on our site with cookies, in order to offer the basic functionality of the website and generate user statistics on an anonymous basis to make our website more user-friendly. We do not use or share your data with third parties for advertising purposes.
Accept cookiesChange cookiesClick here for more information about our cookies.