De Brauw News

Uitspraak Raad van State vergroot mogelijkheden rechtsbescherming concurrent

April 13, 2016

Onlangs heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een correctie aangenomen op het bestuursrechtelijk relativiteitsvereiste van artikel 8:69a Awb. Volgens dit artikel vernietigt de bestuursrechter een besluit niet als een partij aanvoert dat normen zijn geschonden die kennelijk niet bedoeld zijn om zijn belang te beschermen. In de zaak waarover de Raad van State moest beslissen, stelde Praxis dat de vestiging van een Hornbachfiliaal – kort gezegd – in strijd zou komen met milieu- en veiligheidsvoorschriften. Deze voorschriften zijn niet bedoeld om de belangen van concurrenten te beschermen en dus zou artikel 8:69a Awb aan vernietiging in de weg staan als een concurrent zich daarop beroept. De Raad van State heeft nu in hoger beroep echter bepaald dat de schending van een norm die niet tot doel heeft de belangen van een belanghebbende te beschermen, en die op zichzelf dus niet tot vernietiging kan leiden, wel mede tot het oordeel kan leiden dat het vertrouwensbeginsel of het gelijkheidsbeginsel is geschonden. Deze correctie wordt alleen toegepast als aan alle vereisten is voldaan die voor de beginselen gelden. In de praktijk kan dit een verschil maken als het bevoegde bestuursorgaan bijvoorbeeld het ene bedrijf wel op bepaalde milieunormen afrekent, maar zijn concurrent niet en daarvoor geen rechtvaardiging bestaat. Dan kan een besluit dus wel worden vernietigd. Hieronder staat een link naar de uitspraak en het bijbehorende persbericht.

We keep track of you on our site with cookies, in order to offer the basic functionality of the website and generate user statistics on an anonymous basis to make our website more user-friendly. We do not use or share your data with third parties for advertising purposes.