13 June 2018

Regering herroept DNB’s standpunt over inkoopfactoren VPL

In april 2018 publiceerde DNB een Q&A over de financiering van VPL-inhaalpensioen. DNB wilde bewerkstelligen dat pensioenfondsen het VPL-inhaalpensioen financieren tegen een tarief dat ten minste “dekkingsgraadneutraal” was. DNB beriep zich hierbij op een recente wijziging van regelgeving. Naleving van dit gewijzigde DNB-standpunt zou echter forse financiële consequenties hebben voor sociale partners en deelnemers, aangezien de gevolgen zouden moeten worden opgevangen in een betrekkelijk korte periode (2018 – 2023). De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vond dat onwenselijk en kondigde daarom op 4 juni 2018 aan dat de regelgeving zal worden aangepast. De minister stelt wel een aantal voorwaarden. Verwacht wordt dat de gewijzigde regelgeving pas in het najaar van 2018 van kracht zal worden, maar pensioenfondsen mogen al rekening houden met de brief van de minister. Het standpunt van de minister voorkomt dat VPL-aanspraken van mogelijk duizenden deelnemers gekort moeten worden.

In april 2018 publiceerden wij dit In context-artikel over het standpunt van DNB. VPL-aanspraken die zijn toegekend in de periode 2005-2008 moeten binnen 15 jaar worden gefinancierd. Sociale partners en pensioenfondsen hadden de financiering van de VPL-aanspraken afgestemd op een periode van 15 jaar. Omdat een groot deel van die financieringstermijn inmiddels is verstreken, zouden de gevolgen van het gewijzigde DNB-standpunt moeten worden opgevangen in een betrekkelijk korte periode, namelijk tussen 2018 en 2023.. Werkgevers of deelnemers zouden hierdoor aanzienlijk financieel nadeel lijden. In zijn brief geeft de minister nu aan dat de regering het onwenselijk vindt dat de financiële spelregels worden gewijzigd, aangezien de betrokken partijen onvoldoende ruimte hebben om de gevolgen te kunnen opvangen en daarbij invulling te geven aan evenwichtige belangenafweging. Om die reden zal het Uitvoeringsbesluit pensioenaspecten Sociaal Akkoord 2004 worden aangepast.

In afwijking van de hoofdregel dat de inkoop van VPL-aanspraken ‘dekkingsgraadneutraal’ moet plaatsvinden, zal het Besluit bepalen dat een pensioenfonds een lager inkooptarief mag vaststellen. Van belang hierbij is dat pensioenfondsen dat inkooptarief vaststellen op basis van evenwichtige belangenafweging en dat het procentuele VPL-inkooptarief niet lager mag worden vastgesteld dan de verhouding tussen:

  • de feitelijke premie voor de basispensioenregeling; en
  • de premie die daarvoor actuarieel benodigd is in verband met de aangroei van de pensioenverplichtingen.

De precieze betekenis van dit verhoudingsgetal is niet duidelijk. Vermoedelijk bedoelt de minister dat de omzetting van VPL-aanspraken in pensioenrechten niet mag plaatsvinden tegen een lager tarief dan het tarief dat overeenstemt met de premiedekkingsgraad van het pensioenfonds (zoals die op enig moment geldt en wordt berekend voor de basisregeling).

Naar aanleiding van de brief van de minister heeft DNB op 6 juni 2018 haar guidance met betrekking tot inkoop van VPL-pensioen gewijzigd. Volgens DNB is de hoofdregel dat pensioenfondsen minimaal een inkooptarief moeten hanteren dat overeenkomt met de instandhouding van het minimaal vereist vermogen (dekkingsgraad circa 104,5%). Pensioenfondsen mogen een afwijkend inkooptarief vaststellen dat minimaal gelijk is aan het door de minister genoemde verhoudingsgetal.

DNB zal haar guidance aanpassen zodra de minister het Uitvoeringsbesluit heeft gewijzigd. Wij maken daaruit op dat ook DNB de toelichting van de minister wil afwachten en dat zij zich daarom nog niet wil vastleggen op een interpretatie van de brief van de minister of de details van het afwijkende inkooptarief. Wij houden de ontwikkelingen in de gaten.