De Brauw News

HR: verjaringstermijn vangt pas aan bij voldoende zekerheid over aansprakelijkheid

May 12, 2017

Onlangs heeft de Hoge Raad zich gebogen over een zaak waarin de vijfjarige verjaringstermijn voor rechtsvorderingen tot schadevergoeding in het geding was. Deze termijn vangt op grond van de wet aan een dag nadat de schade en de daarvoor aansprakelijke persoon bekend zijn geworden. De Hoge Raad overweegt nu dat uit vaste rechtspraak volgt dat hiermee wordt bedoeld dat er sprake is van daadwerkelijke bekendheid. Het enkele vermoeden van het bestaan van schade is dus niet genoeg om de verjaringstermijn te gaan laten lopen.

In de onderhavige zaak had horecabedrijf De Mispelhoef met ernstige wateroverlast te kampen gekregen na diverse werkzaamheden door de gemeente, het waterschap en Rijkswaterstaat. Als gevolg hiervan leed De Mispelhoef schade. De Mispelhoef stelde daarop de gemeente en het waterschap per brief aansprakelijk. Beide brieven bevatten de volgende passage: ‘Vanwege in opdracht van de gemeente Eindhoven verrichte werkzaamheden ten behoeve van […], alsmede vanwege in opdracht van Waterschap De Dommel en/of Rijkswaterstaat verrichte werkzaamheden in het kader […], is deze waterafvoer echter grotendeels afgesloten.’

 

Toen bleek dat zowel de gemeente als het waterschap niet aansprakelijk waren, liet De Mispelhoef onderzoek uitvoeren naar de oorzaak van de wateroverlast, waarna zij Rijkswaterstaat aansprakelijk stelde. Dat was inmiddels echter meer dan vijf jaar na de eerste brieven aan de gemeente en het waterschap. Rijkswaterstaat meende dat de vordering was verjaard omdat De Mispelhoef destijds, zoals blijkt uit de hierboven geciteerde passage, bekend was met zowel de schade als met Rijkswaterstaat als (potentieel) aansprakelijke rechtspersoon.

 

De Hoge Raad gaat hier niet in mee en overweegt dat uit vaste rechtspraak volgt dat met de eis dat de benadeelde bekend was met zowel de schade als de aansprakelijke persoon wordt bedoeld dat er sprake is van daadwerkelijke bekendheid. Het enkele vermoeden van het bestaan van schade is dus niet genoeg om de verjaringstermijn te gaan laten lopen. De benadeelde moet daadwerkelijk in staat zijn een rechtsvordering tot schadevergoeding in te stellen. Daarvan is pas sprake wanneer de benadeelde voldoende zekerheid heeft verkregen dat de schade is veroorzaakt door tekortschietend of foutief handelen van de betrokken persoon. Het gaat hier echter niet om een absolute zekerheid en de exacte oorzaak van de schade hoeft ook niet bekend te zijn. Daarbij hoeft de benadeelde niet bekend te zijn met de juridische beoordeling van de feiten en omstandigheden. En ten slotte is het antwoord op de vraag wanneer de verjaringstermijn precies van start gaat, volgens de HR mede afhankelijk van alle relevante omstandigheden.

 

Cruciaal in het arrest is de overweging dat het enkele feit dat De Mispelhoef wist dat de mogelijkheid bestond dat Rijkswaterstaat aansprakelijk was, onvoldoende is om aan te nemen dat De Mispelhoef voldoende zekerheid had dat Rijkswaterstaat met zijn handelen de schade waarschijnlijk had veroorzaakt. Pas als daarover op grond van de feiten en omstandigheden voldoende zekerheid bestaat, moeten benadeelden alert zijn op de verjaringstermijn.

 

Niettemin raden wij benadeelden aan bij twijfel voor alle zekerheid een brief te sturen aan een potentieel aansprakelijke partij, waarin wordt gewezen op een mogelijke aansprakelijkheidsvordering in de toekomst.

We keep track of you on our site with cookies, in order to offer the basic functionality of the website and generate user statistics on an anonymous basis to make our website more user-friendly. We do not use or share your data with third parties for advertising purposes.