De Brauw News

Uniform bestuur en toezicht voor alle rechtspersonen

June 16, 2016

De regels van bestuur en toezicht voor Nederlandse rechtspersonen worden geüniformeerd. Alle rechtspersonen krijgen de mogelijkheid te kiezen voor een monistisch bestuursmodel of kunnen een raad van commissarissen instellen. Er komt een uniforme regeling voor tegenstrijdig belang en voor aansprakelijkstelling van bestuurders en commissarissen in geval van faillissement van de rechtspersoon. Voor onbezoldigde bestuurders en commissarissen van niet-commerciële stichtingen en verenigingen wordt de drempel voor deze aansprakelijkstelling verhoogd. Dit om te voorkomen dat vrijwilligers zich niet meer inzetten als bestuurder of commissaris van een buurtvereniging of sportclub. Naar aanleiding van de misstanden bij stichtingen in de semipublieke sectoren worden de gronden waarop de rechter een stichtingsbestuurder kan ontslaan verruimd. Deze wijzigingen volgen uit het deze week ingediende wetsvoorstel van de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen.

Het wetsvoorstel beoogt de kwaliteit van het bestuur en toezicht bij verenigingen, coöperaties, onderlinge waarborgmaatschappijen en stichtingen te verbeteren. Er worden geen wijzigingen aangebracht in bestaande bestuurs- en toezichtstructuren. Voor de NV en de BV zijn de wijzigingen beperkt. Een aantal rechtsregels wordt gecodificeerd en sommige bepalingen die voor deze rechtspersonen gelden, worden verplaatst naar het algemene deel van boek 2 BW. Daarmee worden deze bepalingen ook op andere rechtspersonen van toepassing. Een voorbeeld van een rechtsregel die wordt gecodificeerd is de voorgestelde bepaling dat de bestuurder van een failliete rechtspersoon niet bevoegd is tot verrekening van zijn schuld met een vordering op de rechtspersoon. Nieuw voor de NV is dat de statuten een regeling moeten bevatten voor ontstentenis of belet van elk van de commissarissen. Voor ontstentenis of belet van een deel van de raad van commissarissen is een statutaire regeling optioneel. Voor commissarissen van de BV is een soortgelijke regeling al ingevoerd met het nieuwe BV-recht in 2012. Vanwege de voorgestelde uniformering moeten ook de statuten van andere rechtspersonen zoals de stichting, vereniging, coöperatie en onderlinge waarborgmaatschappij, een regeling bevatten voor de situatie dat alle bestuurders of alle commissarissen verhinderd of afwezig zijn. In een overgangsregeling is bepaald dat de rechtspersoon pas bij een eerstvolgende statutenwijziging na inwerkingtreding van de wet, de statuten moet aanpassen.

 

Andere wijzigingen hebben betrekking op de tegenstrijdig-belangregeling. De huidige wet geeft geen tegenstrijdig-belangregeling voor stichtingen en de regeling voor de NV en de BV wijkt af van die voor de vereniging, coöperatie en onderlinge waarborgmaatschappij. In het wetsvoorstel wordt de zogeheten ‘besluitvormingsregel’ die sinds 2013 geldt voor bestuurders en commissarissen van de NV en de BV van toepassing op alle rechtspersonen. Dit houdt in dat een bestuurder of commissaris van een rechtspersoon met een tegenstrijdig belang niet deelneemt aan de beraadslaging en besluitvorming over het betreffende onderwerp. Als alle bestuurders of commissarissen een tegenstrijdig belang hebben kan het bestuur of de raad van commissarissen geen besluit nemen. De beslissingsbevoegdheid verschuift in dat geval naar de raad van commissarissen of de algemene vergadering. In de statuten kan anders worden bepaald, bijvoorbeeld dat het besluit alsnog genomen kan worden door het bestuur of door de raad van commissarissen. Voor de stichting is een aanvullende regeling opgenomen omdat deze rechtspersoon geen algemene vergadering heeft. Bij een stichting zonder raad van commissarissen blijft de beslissingsbevoegdheid bij het bestuur. Bij een stichting met een raad van commissarissen blijft de beslissingsbevoegdheid bij de raad van commissarissen. Is er sprake van een tegenstrijdig belang, dan moet door het bestuur of door de raad van commissarissen schriftelijk worden vastgelegd wat de overwegingen zijn die aan het besluit ten grondslag liggen.

 

Er komt een uniforme regeling voor de aansprakelijkstelling van bestuurders en commissarissen door de faillissementscurator die uitsluitend van toepassing is in geval van faillissement van de rechtspersoon. De vordering kan alleen door de faillissementscurator worden ingesteld. In het voorontwerp van het wetsvoorstel was voorgesteld om deze regeling te verplaatsen naar de Faillissementswet. Mede naar aanleiding van de reacties op het voorontwerp en het advies van de Commissie vennootschapsrecht is de regeling opgenomen in het algemene deel van boek 2 BW. Hiermee wordt de inhoudelijke samenhang met de normen voor bestuur en aansprakelijkheid benadrukt. De nieuwe bepaling is aangevuld om meer bescherming te bieden aan onbezoldigde bestuurders en commissarissen van niet-commerciële verenigingen en stichtingen en van informele verenigingen. Als sprake is van een onbezoldigde functie geldt niet de regel dat als niet is voldaan aan de administratieverplichtingen of de verplichting tot publicatie van de jaarrekening, vaststaat dat het bestuur zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld en vermoed wordt dat onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is van het faillissement.

 

De regeling van aansprakelijkstelling bij faillissement is niet van toepassing op een door de Ondernemingskamer in een enquêteprocedure aangestelde tijdelijke bestuurder of commissaris.

 

Met het wetsvoorstel wordt ook invulling gegeven aan de aanbevelingen van de Commissie Behoorlijk Bestuur (de Commissie Maatschappelijk verantwoord bestuur en toezicht in de semipublieke sector, onder voorzitterschap van F. Halsema). Deze commissie heeft onder meer aangedrongen op een nauwkeuriger omschrijving van de taak en de aansprakelijkheid van bestuurders en toezichthouders van instellingen in semipublieke sectoren. Een van de regelingen die hieruit volgt, is de verruiming van de ontslaggronden van stichtingsbestuurders door de rechter. Volgens de voorgestelde bepaling kan een stichtingsbestuurder door de rechter worden ontslagen wegens verwaarlozing van zijn taak, andere gewichtige redenen, ingrijpende wijziging van omstandigheden op grond waarvan het voortduren van het bestuurderschap in redelijkheid niet kan worden geduld, en wegens het niet of niet behoorlijk voldoen aan een bevel van de voorzieningenrechter. Deze gronden zijn ontleend aan de regeling voor ontslag van een commissaris van een structuurvennootschap door de Ondernemingskamer. Een verzoek tot ontslag van een stichtingsbestuurder kan worden ingediend door het openbaar ministerie en door een belanghebbende.

 

Een andere in het oog springende wijziging is dat bij andere rechtspersonen dan de NV en de BV bepaalde bestuurders of commissarissen niet meer stemmen kunnen uitbrengen dan de andere leden van dat orgaan samen. Deze bepaling zal vooral bij stichtingen binnen familiebedrijven tot aanpassingen in de governancestructuur kunnen leiden.

 

Bestuurders en commissarissen van stichtingen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen zullen met de nieuwe regelingen van het wetsvoorstel meer mogelijkheden hebben bij de inrichting van de bestuurs- en toezichtstructuur van de rechtspersoon. Bij de uitoefening van hun taken zullen ze met strengere regels te maken hebben.

We keep track of you on our site with cookies, in order to offer the basic functionality of the website and generate user statistics on an anonymous basis to make our website more user-friendly. We do not use or share your data with third parties for advertising purposes.