De Brauw News

Pensioenakkoord: acties en aandachtspunten op de korte termijn

July 17, 2019

Op 5 juni 2019 is het pensioenakkoord – dat bestaat uit een SER-advies en een brief van Minister Koolmees die de instemming heeft van sociale partners – openbaar gemaakt. Het pensioenakkoord bevat de contouren van een nieuw pensioenstelsel die de komende jaren verder moeten worden uitgewerkt. De regering streeft ernaar het wettelijk kader per 1 januari 2022 gereed te hebben. De verdere uitvoering is aan sociale partners en pensioenuitvoerders.

De introductie van het nieuwe pensioenstelsel leidt tot ingrijpende veranderingen die nu al voorbereidingen vergen. Werkgevers, werknemers en pensioenuitvoerders zullen alle pensioenovereenkomsten, uitvoeringsovereenkomsten en pensioenreglementen moeten wijzigen. De introductie van een nieuw pensioencontract stelt nieuwe eisen aan de beheerste en integere bedrijfsvoering van pensioenuitvoerders. De nakoming van zorgplichten (informeren, waarschuwen, adviseren en administreren) vergt een lange voorbereidingstijd. Het is van belang dat werkgevers en pensioenuitvoerders de impact van het pensioenakkoord voor hun organisatie in een vroeg stadium vaststellen en tijdig te beginnen met de voorbereidingen. Hierna stippen wij onderwerpen aan die op korte termijn aandacht verdienen.

Volgens het pensioenakkoord moeten pensioenregelingen begrijpelijker en persoonlijker worden en beter aansluiten bij ontwikkelingen in de maatschappij en op de arbeidsmarkt. De overgang van het huidige naar het nieuwe pensioenstelsel zal evenwichtig moeten zijn. Dit vereist een ‘eerlijke’ verdeling van voor- en nadelen over (gewezen) deelnemers en pensioengerechtigden, waarbij ook de belangen van werkgevers en toekomstige generaties meewegen. Pensioengerechtigden komen eerder in aanmerking voor verhoging van hun pensioenen dan onder het huidige pensioencontract. Verhogingen en verlagingen van pensioenen kunnen jaarlijks plaatsvinden.

Beëindiging van tijdsevenredige opbouw

Kenmerkend voor het nieuwe pensioencontract is dat een leeftijdsonafhankelijke premie en degressieve pensioenopbouw in de plaats treedt van de doorsneesystematiek en tijdsevenredige opbouw. Dit heeft gevolgen voor alle uitkeringsovereenkomsten (db-regelingen) en premieovereenkomsten (dc-regelingen). De premielast zal wijzigen, evenals het pensioenresultaat. Deelnemers krijgen meer inzicht in het verloop van hun pensioenopbouw: het verband tussen ingelegde premie, financiële schokken (beleggingsresultaten en levensverwachting) en pensioenopbouw. Zij krijgen daarnaast individuele keuzemogelijkheden.

Compensatie voor afschaffing van doorsneesystematiek

De overstap naar degressieve opbouw leidt tot een lager pensioenresultaat voor de huidige actieven. Dit geldt zowel bij premieregelingen als uitkeringsregelingen, ongeacht de pensioenuitvoerder. Volgens de regering is deze overstap  mogelijk alswerknemers en (gewezen) deelnemers  hiervoor compensatie ontvangen. Bij premieregelingen zullen de pensioenlasten voor jongere werknemers stijgen. Werkgevers en pensioenuitvoerders zullen moeten beoordelen in hoeverre zij compensatie willen bieden voor gewijzigde pensioenvooruitzichten.

Impact op pensioenovereenkomsten en uitvoeringsovereenkomsten

Door de introductie van degressieve opbouw is wijziging van alle pensioenovereenkomsten (als onderdeel van arbeidsovereenkomsten) noodzakelijk. In nieuw te sluiten CAO’s en arbeidsovereenkomsten zullen partijen op toekomstige wijzigingen willen anticiperen.

Uitvoeringsovereenkomsten tussen werkgevers en pensioenuitvoerders hebben vaak een lange looptijd. Als een verlenging of vernieuwing van uitvoeringsovereenkomsten aan de orde is, zullen partijen een regeling willen treffen met het oog op de introductie en uitvoering van een nieuw pensioencontract in de toekomst.

Evenwichtige belangenafweging

Voor het nieuwe pensioencontract gelden lagere solvabiliteitseisen dan voor de huidige regeling. Pensioenfondsen zullen hun risicobeheer anders moeten inrichten. Zij moeten zich voorbereiden op besluitvorming over de toedeling van tekorten en overschotten (de verdeling van buffers die vrijvallen). Het zal een uitdaging zijn om draagvlak te verkrijgen voor de vereiste evenwichtige belangenafweging.

Voorlichting en zorgplicht

Werkgevers en pensioenuitvoerders zullen werknemers en deelnemers moeten informeren over belangrijke kenmerken van het nieuwe pensioencontract. Zij moeten hen voorbereiden op jaarlijkse verhogingen en verlagingen van hun pensioenaanspraken. Die verhogingen en verlagingen zijn in beginsel leeftijdsafhankelijk, want ouderen hebben meer behoefte aan een stabiel pensioen dan jongeren. Deelnemers krijgen keuzes voorgelegd, waaronder de mogelijkheid om rond de pensioeningangsdatum 10% van hun pensioenopbouw ineens op te nemen. Deelnemers moeten beseffen wat de gevolgen daarvan zijn voor hun levenslange pensioenuitkering.

Impact op beheerste en integere bedrijfsvoering

De naleving van zorgplichten en het administreren van individuele keuzes stelt hoge eisen aan de interne beheersing en de kwaliteit van de ICT van pensioenuitvoerders. Pensioenuitvoerders moeten deelnemers in staat stellen het verloop van hun pensioenopbouw op individueel niveau te volgen. Ook de uitsmeermethodiek – bedoeld om beleggingsresultaten en de gevolgen van stijgende levensverwachting te verdelen – zal een uitdaging vormen. Die methodiek vergt namelijk dat pensioenuitvoerders de rechten van individuele deelnemers kunnen administreren in verschillende jaarlagen (maximaal tien).

We keep track of you on our site with cookies, in order to offer the basic functionality of the website and generate user statistics on an anonymous basis to make our website more user-friendly. We do not use or share your data with third parties for advertising purposes.